|
‘Hij is de paus van Belo Horizonte’, zegt een jonge Braziliaanse kunstenaar over Éder Santos. Als Santos deze vergelijking hoort, moet hij lachen. ‘Ik ben dan wel ouder dan de meeste andere videokunstenaars, de paus ben ik zeker niet: ík kan nog lopen.’
(Verschenen in LA Chispa nr. 299 - december - jaargang 2003) Santos (1960) geniet van de aandacht die hij krijgt van de jonge Latijns-Amerikaanse videokunstenaars. Vooral in de provinciehoofdstad Belo Horizonte in het district Minas Gerais, vierhonderd kilometer ten noorden van Rio de Janeiro, waar Santos al zijn hele leven woont, is door zijn toedoen de videokunst tot ontwikkeling gekomen. Santos: ‘Een groeiend aantal jonge kunstenaars zoekt hun heil tegenwoordig in de experimentele videokunst. Dat juich ik zeer toe. Videokunst is dan ook een fantastisch medium om je gevoelens te registreren.’ Santos wordt beschouwd als één van de pioniers van de nieuwe videokunst in Latijns Amerika. Begin jaren zeventig ontstonden in Brazilië de eerste videowerken, deze hadden echter meer iets weg van registraties van evenementen; de onafhankelijke videokunst accelereerde in Brazilië pas in de jaren tachtig. Santos heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. In 1984 maakte hij zijn eerste video’s. Hoe technisch vernuftig zijn video’s en installaties ook in elkaar zitten, Santos zal in zijn werk nooit pronken met de gebruikte techniek. ‘Het gaat mij niet om de techniek. Techniek is het middel tot een kunstwerk. Ik heb een hekel aan kunstenaars die de technische mogelijkheden verheffen tot het doel van hun kunstwerk. Dat laatste zie je tegenwoordig steeds vaker door toedoen van computers en digitale camera’s. Het is gemakkelijker en goedkoper dan ooit om een video te maken. Het resultaat is dat de kwaliteit van veel werk belabberd is doordat visuele artisticiteit en inhoud pas op de tweede plaats komen.’ Het werk van Santos daarentegen is poëtisch. Zoals een dichter in een goed gedicht op zoek is naar het juiste ritme van welgekozen woorden, zo zoekt Santos in zijn installaties en videowerken naar een ritme van projecties en reflecties die harmoniseren met gebruiksobjecten en muziek, meestal speciaal gecomponeerd door zijn goede vriend Paolo Santos. Santos’ nieuwste werk The Encyclopedia of Ignorance (2003) – gefinancierd door het Prins Claus Fonds – is een goed voorbeeld daarvan. Traditionele waarden uit Minas Gerais transformeert hij in een unieke ervaring met dubbele gevoelens, waarbij de doodzonden luiheid, afgunst, ondeugd, ijdelheid, wroeging en onzorgvuldigheid een belangrijke rol spelen. De projecties zijn een spiegel met vele reflecties. Santos geeft in zijn video-installatie commentaar op zijn omgeving, maar hij laat tegelijkertijd zien dat je op meerdere manieren naar die wereld kan kijken. Thema’s die hij op deze impliciete wijze behandelt zijn kolonialisme, tradities, politieke onderdrukking en het verdwijnen van inheemse culturen. ‘Culturele integratie is dodelijk voor de identiteit van inheemse bevolkingsgroepen. Dat zie je heel goed bij de Amazone-indianen in Brazilië. We eten in Brazilië als het ware de culturele diversiteit op en veranderen het in een nieuwe homogene cultuur. Ik stel de politiek daarvoor verantwoordelijk omdat politici onderdrukking niet afstraffen.’ De Latijns-Amerikaanse videokunst is vanaf eind jaren negentig in opkomst. De video is voor veel jonge kunstenaars uit Latijns Amerika hét medium om kritiek te uiten op de uitwassen van de moderne samenleving. Net als andere videokunstenaars uit heel de wereld ageren ze vooral tegen de huidige globalisering. Met dat verschil dat de Latijn-Amerikanen de politiek ervoor verantwoordelijk stellen en de West-Europese en Noord-Amerikaanse kunstenaars eerder kritiek uiten op de media en het bedrijfsleven. Op zich is dat niet vreemd. In de jaren negentig trok de overheid in westerse landen zich steeds vaker terug en nam de macht van het bedrijfsleven en de media toe. In Latijns Amerika trekken oud-dictators vaak nog aan de politieke touwtje, tiert de corruptie weelderig en namen de politici beslissingen die vaak ten koste gingen van de lokale bevolking en ten gunste van westerse instanties en ondernemers. Tel daarbij op de jarenlange politieke onderdrukking van minderheden waardoor de samenleving is verruwd en minder kleurrijk is. ‘Dit is de realiteit van Latijns Amerika. De geschiedenis kunnen we simpelweg niet uitwissen’, zegt Santos. Hij spreekt daarom van dé Latijns-Amerikaanse videokunst. ‘Deze is niet te herkennen aan zijn stijl, want die is net zo persoonsgebonden als in elk ander continent, maar waarin Latijns-Amerikaanse video’s gelijkenis vertonen is de onderliggende boodschap.’ Een eerste blik op de Latijns-Amerikaanse video- en installatiekunst laat dat zien. Tevens is een duidelijke scheiding aan te brengen tussen Brazilië en de rest van Latijns Amerika. Bij het World Wide Video Festival van afgelopen mei in Amsterdam was dat goed te zien. De Braziliaanse videokunst is veel westerser en is technologisch van een hoogstaand niveau. De thematiek is niet louter politiek van aard, zoals wel bij de video’s uit Chili, Peru en Bolivia. The memories of the snails (2001, Chili) van Edgar Endress is een persoonlijke herinnering van de kunstenaar aan zijn kindertijd gedurende de dictatuur van Augusto Pinochet. Hij groeide op tegenover een gevangenis waarin politieke gevangenen werden gefolterd. Als Endress tijdens het voetballen van de bewakers de opdracht kreeg sinaasappels te halen besefte hij niet dat deze werden gebruikt om de martelingen van de gevangenen te maskeren. Alvaro Zavala uit Peru confronteert de kijkers met de cultuur van de Andesindianen. Hij doorbreekt het stereotype, romantische beeld van de indianen en toont in Yawar Fiesta (2000) een bloedige ceremonie die de kijker confronteert met de onderdrukking van de indianen en de teloorgang van een unieke cultuur. ‘Kinderen leren tegenwoordig niet meer dat bergen zijn gemaakt door de hand van god,’ zegt een stem in de video. De overleden Chileense kunstenaar Juan Downey toont in About Cages (1987) een kooi met zangvogels waar uit luidsprekers fragmenten te horen zijn uit het dagboek van Anne Frank en delen uit bekentenissen van een Chileense folteraar. Het werk van Angie Bonino (28), op dit moment één van de bekendste videokunstenaars uit Peru, is doordrenkt van politiek. Televisiebeelden van de staatsgreep van Augusto Pinochet in 1973 en beelden van de processen van juntaleden in Argentinië komen samen in de video El objeto encontrado (2000). In de video La imagen (2001) toont ze de repressie van de Peruaanse politie tegen demonstrerende indianen in Lima in juni 2000. In haar nieuwe werk gaat Bonino op zoek naar de antwoorden op twee vragen: wat is de essentie van oorlog en welke belemmeringen kom je tegen als je vrij wilt reizen door de wereld? Door close-up opnamen te maken van verschillende personen en met gesproken woorden wil Bonino de kijker bewust maken van de realiteit waarin mensen leven. ‘Nu dictator Fujimori gevlucht is uit Peru, betekent niet dat de onderdrukking voorbij is. Er zijn nog enorme tragedies in Peru. Eén blik op Lima en je ziet de pijn in de ogen van de vele mensen die in armoede leven.’ Bonino kan in haar video’s niet onder de politieke ‘onwil’ in Peru uitkomen. Ze geeft toe graag films te maken over heel andere thema’s, zoals over haar innerlijke gevoelens en over technologische vooruitgang, ‘maar dat kan ik niet, de politiek houdt me tegen’, zegt ze. ‘Mijn probleem ís de politiek, politici doen niets aan de ellende waaronder vele miljoenen mensen dagelijks gebukt gaan. Ze praten veel maar doen vervolgens weinig.’ Diego Lama (22) uit Peru denkt er heel anders over. Hij doet zijn uiterste best zijn videos zo weinig mogelijk te beïnvloeden door de politieke realiteit in zijn geboorteland. Hij prevaleert de innerlijke zoektocht van mensen naar zichzelf boven externe beïnvloeding. Zijn video’s zijn een persoonlijk expressie van de gevoelens waarop de mens geen vat heeft, zoals de vrouwelijke kanten bij mannen, zelfmoord en de culturele identiteit. Hij probeert de strijd van het innerlijk wezen met een knipoog te benaderen. Zelf noemt hij het zwarte humor, die volgens hem erg aanslaat in Peru en minder bij westerse kunstliefhebbers. Vanuit zijn visie is er geen verschil tussen zijn werk en dat van westerse of Aziatische kunstenaars. Maar als hij langer nadenkt komt hij toch tot de conclusie dat ook hij niet ontkomt aan de politieke en sociale situatie in zijn land. ‘Ik probeer me zo veel mogelijk af te sluiten van wat er in de buitenwereld gebeurd. Maar dat is moeilijk, bijna onmogelijk. Een psychologische analyse van jezelf ontkomt niet aan de externe indrukken die je gedurende je leven hebt meegekregen. Juist die indrukken zijn cultuurgebonden en maken daarmee dat je misschien toch kan spreken van dé Latijns Amerikaanse videokunst.’ Alhoewel in het westen de deuren van musea en galeries al jaren openstaan voor de videokunst, is erkenning nog ver te zoeken in Latijns Amerika. De kunstelite wordt eenzijdig bevolkt door ‘conservatieven’. En hoewel iedere videokunstenaar waar ook ter wereld niet snel erkenning krijgt voor zijn werk, geldt dat in het bijzonder voor videokunstenaars uit het armlastige Peru. Waar in rijkere landen goede videokunstenaars hun projecten uit subsidiepotjes kunnen financieren of anderzijds via de commerciële videokunst aan geld kunnen komen, zijn deze mogelijkheden voor de Peruanen zeer beperkt. Ook ontbreken in Peru en natuurlijk ook in andere ontwikkelingslanden de noodzakelijke instituties. Toch slaan de Peruaanse videokunstenaars zich er doorheen. Lama filmt bijvoorbeeld op trouwerijen en verjaardagsfeesten van de Peruaanse elite. ‘Ik haat dit, maar het is de enige manier om mijn videokunst te financieren.’ Van het geld dat hij verdient maakt hij twee video’s per jaar. Op dit moment het absolute maximum voor hem. Bonino heeft sinds kort een eigen videocamera, acht jaar lang heeft ze ervoor moeten sparen, in de tussentijd leende ze deze van rijke vrienden; een eigen computer heeft ze nog steeds niet. Ze geeft workshops in Peru over electronische kunst en geeft parttime les aan leerlingen in het computeronderwijs. Daarnaast ontvangt ze vanuit het internationale festivalcircuit wat extra geld om van rond te komen, maar het nadeel is dat haar exposities in het buitenland haar werkzaamheden in Peru ophouden. Lama is in het buitenland nog niet zo ver doorgebroken, maar wordt door westerse kunstliefhebbers omschreven als een groot talent. Hij ontving voor de vertoning van zijn video bij het World Wide Video Festival voor het eerst geld. Hij was zielsgelukkig met de drieduizend euro uit het cultuurfonds van de ontwikkelingsorganisatie HIVOS. Het geld gebruikt hij om zijn grote wens in vervulling te laten gaan, een verhalende video van zestig minuten. Brazilië is anders. De vraag naar technisch goede commercials is daar veel groter dan in Peru en videokunstenaars kunnen makkelijker ervaring opdoen in de opkomende filmindustrie. Galeries zijn de afgelopen jaren ook steeds meer geïnteresseerd in de video als kunstvorm, ook al is de vraag nog mager vergeleken met het grote aanbod van honderden filmpjes per jaar. Vooral het jaarlijkse VideoBrasil festival in Sao Paulo geeft de videokunstenaars uit Brazilië de erkenning die ze zoeken. Het VideoBrasil festival is verreweg het grootste videofestival van Latijns Amerika. In september zal de veertiende editie van het festival van start gaan. Santos is er een ster en een groot voorbeeld voor veel jonge videokunstenaars. Hij is de enige Latijns-Amerikaanse kunstenaar waarvan het werk, sinds zijn internationale doorbraak in 1988, toen de Amerikaanse kunstenaar Joan Logue hem naar New York mee nam, wordt gedistribueerd door Electronic Arts Intermix, de grootste videodistributeur ter wereld. Santos blijft er nuchter onder: ‘Ik heb een hekel aan reizen. Het liefst ben ik in Belo Horizonte. Daarom hoop ik op een omwenteling in de Braziliaanse kunstwereld.’ Hij vertrouwt de nieuwe Braziliaanse president Lula da Silva en de nieuwe minister van cultuur Gilberto Gil - ‘een fantastische man en gitarist van de bossa nova-muziek’ – deze ommezwaai te bewerkstelligen. Santos kent de socialistische president van Brazilië persoonlijk en maakte al vanaf begin jaren tachtig in opdracht van zijn partij diverse documentaires en andere commercials. ‘Ik heb thuis drieduizend tapes liggen’, zegt hij met enige trots. ‘De tijd is er rijp voor de conservatieve kunstelite van de troon te stoten, waardoor de mogelijkheden toenemen voor experimentele kunstvormen als de video- en installatiekunst.’ Door toedoen van het Prins Claus Fonds gaat nu eindelijk een droom in vervulling. The Encyclopedia of Ignorance zal in Belo Horizonte tentoon worden gesteld. Santos’ eerste echte expositie van een installatie in de stad waar zijn hart ligt. Het videoBrasil Festival is van 22 september tot en met 19 oktober in Sao Paulo. Meer informatie op www.videobrasil.org.br Het festival is mede-gefinancierd door het Prins Claus Fonds |