President Mesa: Tactisch pragmaticus
Evert-jan Quak   
woensdag 19 januari 2005
In een televisietoespraak gericht aan het Boliviaanse volk maakte president Carlos Mesa de balans op van een jaar presidentschap. Hij refereerde daarin meerdere malen aan de vele tientallen doden die zijn gevallen tijdens Octubre Negro in 2003 onder president Gonzalo Sánchez de Lozada. ‘Het gevoel dat we moeten overhouden bij de herinnering aan degene die het maximale offer hebben gegeven, is dat vandaag ons land beter is dan een jaar geleden,’ concludeerde Mesa.

(Verschenen op Noticias.nl) 

Op 14 oktober jongstleden keurde het parlement een motie goed die het Hooggerechtshof de toelating geeft om Lozada, die momenteel in de Verenigde Staten verblijft, te vervolgen voor de dood van 67 demonstranten. Onder zware druk van sociale protesten door duizenden boeren, indianen, mijnwerkers, arbeiders en cocatelers van 18 tot 21 oktober werden uiteindelijk ook 15 ex-ministers in staat van beschuldiging gesteld.
Hoewel dit machtswoord van het parlement in Bolivia weinig betekent, hoeft Mesa die vice-president was onder Lozada niet te vrezen voor het gerecht te moeten verschijnen. Hij heeft zich altijd in felle bewoordingen tegen het militaire optreden verzet en nam zijn ontslag. Door zijn optreden tegen president Lozada tijdens Octubre Negro heeft Mesa veel krediet gewonnen bij de bevolking.
Mesa noemde het besluit om Lozada voor het gerecht te dagen een teken van volwassenwording. ‘Door het Hooggerechtshof te laten oordelen is een historische stap gezet in onze democratie, om uiteindelijk te bereiken wat Bolivia zoekt: geen wraak, geen geweld, maar simpelweg gerechtigheid.’

De president doet zich graag voor als iemand die geen bloed aan zijn vingers heeft, maar onder zijn leiding zijn er officieel drie doden te tellen die vielen tijdens confrontaties tussen leger en demonstranten. Twee in het departement Beni, waar campesinos een brug blokkeerden en één cocalero uit Chapare bij een wegblokkade. Mesa noemde tijdens zijn toespraak deze doden niet. Wel liet hij op een andere manier het achterste van zijn tong zien door te zeggen: ‘Deze radicale groepen hebben niet het Boliviaanse volk kunnen verslaan, omdat het volk mij vertrouwt.’
Een hoogmoedige en voorbarige uitspraak, zeker omdat de president veel van zijn opgebouwde krediet heeft verloren. Hij komt steeds meer in zwaar vaarwater. Onlangs waren er grote stakingen in La Paz en El Alto omdat de Franse exploitant van het lokale waterleidingenbedrijf 200.000 inwoners zonder drinkwater had gezet. Mesa reageerde direct door het contract met het Franse bedrijf te annuleren. In andere steden wordt gestaakt tegen de verhoging van de brandstofprijzen. Die zijn volgens Mesa nodig om de begroting sluitend te maken. Door de oplopende kritiek is ook MAS-leider Evo Morales van koers veranderd. Eerst was hij nog de grote voorstander van Mesa, maar sinds januari roept hij op tot vervroegde verkiezingen.

De populariteit van de president kwam al eerder onder druk te staan na het referendum in juli over de controversiële nieuwe olie- en gaswet. Mesa legde de uitslag naast zich neer. Hij ontpopte zich steeds meer, net als zijn voorganger, als de pleitbezorger van de multinationale olie- en gasindustrie.
Helemaal als een verrassing kwam dat overigens niet. Mesa benoemde immers enkele beruchte neo-liberalen in zijn kabinet. Dit ondanks zijn belofte de kapitalisatie van de natuurlijke grondstoffen te herzien. Zo benoemde hij Antonia Araníbar, Guillermo Tórres, Francesco Zaratti en Horst Grebe terwijl zij allemaal op een bepaalde manier betrokken waren geweest bij eerdere politieke besluiten tot privatisering en verleenden ze vele concessies aan buitenlandse bedrijven.
Zaratti is nu bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de herziening en verbetering van de concessies voor de gasvoorraad. Hij ging echter gewoon door met waar hij eerder mee begonnen was – de zogenaamde kapitalisatie. In juni, net voor het referendum, presenteerde hij een rapport over de toekomst van de gasvoorraad in San Alberto. Het gasrijke gebied ging naar het Braziliaanse Petrobras en de schatkist liep twee miljoen dollar aan belasting mis. Eerder had een onafhankelijke commissie besloten dat de overdracht van het gasgebied aan Petrobras illegaal was, maar de regering nam dit niet mee in haar afweging. Uiteindelijk legaliseerde de regering wat Lozada eerder al had willen doen.

Vreemd is het dan ook niet dat Mesa de uitslag van het referendum van 18 juli zo verdraaide dat hij als winnaar uit de bus kwam en met hem de multinationale ondernemingen. Een van de vragen in het referendum had betrekking op een “verantwoorde nationalisatie” van de gasvoorraad. 95 procent van de kiezers stemde hiermee in. Omdat vaag bleef wat precies “verantwoorde nationalisatie” betekent, kan Mesa nu zeggen dat nationalisatie niet mogelijk is. Sterker nog, hij blijft concessies verlenen aan multinationals.
Net na het referendum tekende Mesa een akkoord om twintig jaar lang gas te exporteren naar Argentinië, Mexico en Peru. Hij had dit niet mogen doen omdat de nieuwe olie- en gaswet eerst door het parlement goedgekeurd moest zijn. Tevens had Mesa na de volksopstand gezegd dat er ‘geen enkele gasmolecule’ van Bolivia naar Chili zou worden geëxporteerd, terwijl hij op de hoogte was dat Argentinië het Boliviaanse gas aan Chili zou doorverkopen voor een betere prijs.
Op 14 oktober bereikten Mesa en de Argentijnse president Kirchner in Sucre een nieuw akkoord over een toename van de verkoop van Boliviaans gas van 6,5 miljoen m3 tot 26 miljoen m3 per dag tegen de vriendschappelijke prijs van 0,98 dollar per duizend kubieke voet. Ter vergelijking: Brazilië betaalt ongeveer 2,2 dollar per kubieke voet voor het Boliviaanse gas. Volgens de overeenkomst wordt ook een nieuwe pijpleiding gebouwd tussen Bolivia en Argentinië, die twee miljard dollar zal kosten. Hiermee maakt Mesa het onmogelijk om in Bolivia het gas eerst zelf te verwerken voor het wordt geëxporteerd. Nu gebeurt dit in Argentinië, waardoor Bolivia veel geld en werkgelegenheid misloopt.
Waar komt de durf vandaan om nog geen jaar na de opstand van het Boliviaanse volk de agenda van Lozada uit te blijven voeren? Het antwoord ligt vooral in de zwakte bij de tegenstanders en het gebrek aan een alternatief. De koepelorganisatie Central Obrera Boliviana is te verdeeld om opnieuw de strijd aan te gaan voor nationalisatie. Veel organisaties zitten zelfs aan tafel met de regering. Ook de MAS was onder leiding van Evo Morales eerder verbonden met Mesa in ruil voor macht binnen de regeringscoalitie. Daarnaast kan Bolivia de broodnodige investeringen om het gas uit de grond te halen en te vervoeren niet zelf betalen en heeft het het buitenlandse geld nodig. Hoe graag het Boliviaanse volk dat ook anders wil zien.
Hoe probeert Mesa het Boliviaanse volk bijeen te houden? Ondanks de problemen lukt het hem steeds wel. Mesa blijkt een politiek overlever door op het juiste moment verschillende partijen bij elkaar te brengen of ze uit elkaar te spelen. Het resultaat is dat hij in Bolivia redelijke politieke stabiliteit heeft bereikt na de bloedige periode in 2003. Een knap staaltje politiek werk dat Mesa doet zonder een politieke partij achter zich te hebben.

Goed voorbeeld hoe Mesa te werk gaat speelde in oktober toen hij de kracht uit de demonstraties wist te halen door de mijnwerkers een investering te beloven van drie miljoen dollar voor reactivering van de mijnsector. Of door begin oktober een akkoord te sluiten met de cocatelers over 3200 hectaren legale cocaplantages in Chapare voor traditionele consumptie. Als tegenprestatie zullen de cocatelers hun protestacties in de regio staken en meewerken aan vernietiging van cocaplantages in twee nationale parken. Met dit resultaat wist hij handig tussen de druk van de Verenigde Staten en die van de cocaboeren door te manoeuvreren.
Als tactisch en pragmatisch democraat heeft hij uiteindelijk ook de nieuwe olie- en gaswet door het parlement weten te loodsen, hoewel hij wel stevige concessies moest doen. Mesa stond onder grote druk vanuit de buitenlandse investeerders en vanuit de volksbeweging. Het parlement keurde op 20 oktober een eerste, voorlopige versie van de wet goed. Deze was vooral gebaseerd op het voorstel van de parlementaire Commissie voor Economische Ontwikkeling die voorstelt dat meer dan vijftig procent van de gasopbrengsten naar de overheid gaat en wordt een overheidsagentschap opgericht dat het energiebeleid moet gaan bepalen en uitvoeren evenals de nationalisatie van het gas. Mesa was voor een maximale verhoging tot 32 procent en tegen nationalisatie.
Mesa’s beleid is vooral pragmatisch van aard zonder een visie op de lange termijn. Dat is waarom de volksbeweging zelf ook niet goed weet wat ze moeten vinden van deze president. Hij houdt het land bijeen, maar hij kan niet een nieuw beleid van de grond krijgen. Daarnaast gaat het nog steeds slecht met de Boliviaanse economie en de werkloosheid is enorm. Twee grote problemen waar Mesa geen antwoord op heeft.

Dit kan hem de das omdoen in de komende jaren. Is dat erg? Laten we niet vergeten dat Mesa aan de macht is gekomen zonder verkiezingen. Hij wist handig in het gat te springen na Octubre Negro en werd zodoende president van Bolivia zonder mandaat van het volk. Hij beloofde verkiezingen binnen een jaar, maar in plaats daarvan wist hij de uitslag van het referendum te gebruiken om tot 2007 aan de macht te blijven.