IMG_0516.jpg
Home arrow Mijn publicaties arrow Twinning maakt samenwerking met Suriname makkelijker
Twinning maakt samenwerking met Suriname makkelijker PDF Afdrukken E-mail
Evert-jan Quak   
maandag 12 oktober 2009
Het hoger onderwijs heeft een nieuwe potje ontdekt om samenwerking met Suriname uit te financieren: de twinning-subsidie van Buitenlandse Zaken. Via die faciliteit bevordert het ministerie kennisontwikkeling in het Surinaamse maatschappelijk middenveld. “De aanvraag is pittig, maar er zijn minder beperkingen wat betreft doelgroepen of inzet van middelen"

(Verschenen in Transfer Magazine in oktober 2009)

Toen logopediedocent Gerda Brondijk twee jaar geleden in Suriname was, wist ze niet wat ze meemaakte. "Het hele land telde slechts twee Surinaamse logopedisten, en tijdelijk één Nederlandse. Een opleiding was er niet." Brondijk, verbonden aan de logopedie-opleiding van de Hogeschool Rotterdam, besloot er werk van te maken. De hogeschool stelde een samenwerkingscontract op met het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) in Paramaribo. Daarin stond dat de Rotterdammers het IOL zouden gaan helpen met het opzetten van een opleiding logopedie. Maar toen Brondijk vervolgens op zoek ging naar subsidie, liep ze tegen gesloten deuren op. "Er werd mij verteld dat reis- en verblijfkosten niet konden worden vergoed. Terwijl dat juist onze  grootste kostenpost is." Toen kwam de mogelijkheid van twinning. Dat gaf lucht in de organisatie.
Suriname kampt met een groot tekort aan goed opgeleide mensen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft daarom besloten de nieuwe ontwikkelingsrelatie met Suriname te richten op versterking van de kennisontwikkeling in het maatschappelijk middenveld. De relatie tussen Nederland en Suriname moet opnieuw worden omgeschreven, want de oude – gevormd door het Ontwikkelingsverdrag van 1975 en het Raamverdrag van 1992 – loopt dit jaar af. Vorig jaar is een speciaal subsidiefonds geopend, met daarin 12 miljoen euro. Dat bedrag moet volgens het principe van twinning worden besteed.

Twinning komt erop neer dat gelijkwaardige organisaties in het maatschappelijk middenveld een partnerschap aangaan. Die samenwerking moet leiden tot een kritische massa in Suriname, zodat het Surinaamse middenveld op haar manier kan bijdragen aan armoedebestrijding in eigen land. De faciliteit is nodig: volgens minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking komt de capaciteitsopbouw in Suriname moeilijk op gang komt.
Voor de logopedisten is de mogelijkheid van twinning een uitkomst. "Om de kosten laag te houden, konden we voorheen geen vervangers aannemen als collega’s enkele weken in Suriname waren om daar onderwijs te geven. Dat gaf meer werkdruk hier in Rotterdam op de opleiding", vertelt Brondijk. Nu is de ruimte voor vervangers er wel. Buiten het Twinningbudget om gaan ook elk jaar elf studenten uit Rotterdam naar Suriname om studenten daar te helpen in praktijklessen. Want praktijkervaring opdoen is voor Surinaamse logopediestudenten een probleem. "Simpelweg omdat er geen stageplekken zijn. Daarom zijn we blij dat we nu met geld uit het Twinningfonds een Poli-practicum aan het IOL kunnen opzetten." 
Ook in hele andere hoeken van het hoger onderwijs is twinning inmiddels een bekend begrip. Aashna Kanhai en Chanel Nahar volgen dankzij de subsidie, samen met drie andere Surinamers, een speciaal onderwijsprogramma. Zowel aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, als aan het Centrum voor Studie en Documentatie Latijns-Amerika (CEDLA) van de Universiteit van Amsterdam. Het twinningproject moet het onderwijs over Latijns-Amerikaanse vraagstukken bij het instituut in Paramaribo versterken.

"In Suriname is over het algemeen heel weinig kennis over Latijns-Amerika aanwezig", zegt juriste Kanhai. De nadruk ligt op het Caribische gebied, terwijl Brazilië als buurland een steeds grotere machtsfactor in de regio wordt. "Er wordt gewerkt aan een weg die Suriname en Brits en Frans Guyana verbindt met belangrijke afzetgebieden in Brazilië. Ook is er een concentratie Brazilianen in het zuiden van Suriname", legt Kanhai uit. De Surinaamse overheid zal volgens haar dus steeds vaker om de tafel zitten met overheden in Latijns-Amerika, en vooral met Brazilië. Kanhai: "Dan moet je wel specifieke kennis over die landen hebben."
Eerder dit jaar gaven docenten van het CEDLA in Suriname colleges over handelsrelaties en regionale integratie op het Zuid-Amerikaanse continent. Ook zijn cursussen Spaans, Portugees en Engels inbegrepen in het programma. Kanhai en Nahar zijn tevens deeltijddocent aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen. Econome Nahar wil de kennis die ze tijdens het onderwijsprogramma opdoet, gebruiken in haar colleges. "De betrekkingen met Latijns-Amerika moeten een vast onderdeel van het onderwijs worden."
Coordinator van het twinningproject is universitair hoofddocent van het CEDLA Pitou van Dijck. Volgens hem onderscheidt twinning zich van andere subsidiekanalen die er al zijn voor het hoger onderwijs. "In dit programma gaan twee relatief gespecialiseerde instituten op een hechte manier de samenwerking aan voor een scherp omlijnde periode van twee jaar. Dat is volgens mij uniek." De formule dwingt beide partners volgens Van Dijck "tot een absolute committering" om aanvraag en uitvoering rond te krijgen. "En dat onderstreept tegelijkertijd de gelijkheid van beide partners in het project."

Het twinningprogramma van het ministerie van Buitenlandse Zaken staat niet alleen open voor het hoger onderwijs, maar is toegankelijk voor het hele maatschappelijk middenveld. Toch tonen de eerste twee indienrondes dat veel Nederlandse hogeronderwijsinstellingen twinning als een handig instrument zien voor bekostiging van hun projecten in Suriname. Eenvijfde van de in totaal 105 goedgekeurde projecten is gerelateerd aan het hoger onderwijs.
Zo wil het Conservatorium van Amsterdam samen met de Nationale Volksmuziekschool in Suriname de blaascultuur in Suriname een oppepper geven. Het Universitair Medisch Centrum Groningen zet een surveillancesysteem op voor dengue-controle in Suriname, in samenwerking met het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.
Tijmen van Grootheest, voorzitter van het college van bestuur van de Gerrit Rietveld Academie, denkt dat de nadruk op capaciteitsopbouw de reden is dat het hoger onderwijs zo goed is vertegenwoordigd in het twinningprogramma. Maar hij vermoedt ook dat hogeronderwijsinstellingen met twinning eindelijk de mogelijkheid hebben om door het dichtgetimmerde subsidiesysteem heen te breken. "Wij zijn in de uitgaven voor dit soort internationale projecten beperkt. Daar wordt heel precies naar gekeken sinds de hbo-fraude", legt Grootheest uit.
Het twinningproject van de Gerrit Rietveld Academie heeft als doel het kunstonderwijs aan de Nola Hatterman Art Academy in Suriname te versterken, vooral op het gebied van nieuwe media en conceptueel denken. "In schilderen zijn ze daar heel goed, maar met kennis over theorie en nieuwe media lopen ze erg achter", zegt Grootheest. De Gerrit Rietveld Academy wil vijf talentvolle studenten selecteren die, na een voorbereidende opleiding van twee jaar aan de Nola Hatterman Art Academy, naar Nederland komen om verder te studeren en zich uiteindelijk voor te bereiden op een docentschap in Suriname. "Zo kan het kunstonderwijs daar langzaam opgetild worden naar een hoger niveau."

Door bijdragen van de Gemeente Amsterdam en de Ambassade te Paramaribo kon een goede start gemaakt worden, maar het is nu tijd geworden voor een tweede stap, vooral op het gebied van duurzaamheid en investeringen. Zonder het twinningprogramma zou het lastig zijn geweest om de tweede fase dit project uit te voeren. Grootheest ving bot bij diverse fondsen voordat hij aanklopte bij de twinningfaciliteit Suriname-Nederland. "De aanvraag is pittig, maar twinning legt minder beperkingen op ten aanzien van doelgroepen of inzet van middelen. Ik denk dat het hoger onderwijs deze nieuwe mogelijkheid met beide handen aangrijpt om gestalte te geven aan het internationaliseringsbeleid."
De twinningfaciliteit Suriname-Nederland wordt volgend jaar geëvalueerd. Daarna maakt minister Koenders bekend of het ministerie van Buitenlandse Zaken het programma voortgezet. Ook wordt dan duidelijk of de minister het programma wil uitbreiden naar andere landen waarmee Nederland een bilaterale ontwikkelingsrelatie heeft.<<<

Kader: Overheid staat op afstand in twinningprogramma
Het twinningprogramma Suriname-Nederland loopt via een tenderprocedure. De overheid staat dus op een afstand. Voortgang en kwaliteit van de aanvragen worden bewaakt door de Uitvoeringsorganisatie Twinningfaciliteit Suriname Nederland (UTSN), die bestaat uit Berenschot in Nederland en Nikos in Suriname. In twee indienrondes, in 2008 en 2009, zijn in totaal  337 subsidieaanvragen binnengekomen. Daarvan zijn 105 projecten, voor in totaal 12 miljoen euro, goedgekeurd. Elk goedgekeurd project heeft een monitoringsadviseur vanuit UTSN. Die bewaakt de voortgang en kan interveniëren bij problemen. Voor organisaties is er de mogelijkheid om voor een beperkt bedrag hulp te krijgen bij het vinden van een geschikte partner. Meer informatie over het programma op www.utsn.nl. (EjQ)
 

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Global Issues
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.